NIEUWS

Ovale tandwielen.



In 1980 kwam Shimano met een zogenaamd revolutionair product, te weten de Biopace. Dit was een voorste tandwiel, dat niet rond, maar eivormig/ovaal van vorm was. Het idee hiervan was om het dode punt / dode moment dat een trapbeweging met zich meebrengt op te vangen. Het systeem was voor Shimano geen succes en in 1992 werd ermee gestopt. Toch zijn er nog steeds enkele wielrenners die een soortgelijk tandwiel gebruiken. Er zijn dus ook nog fabrikanten die dergelijke producten maken. In dit artikel kijken we naar de voordelen van deze tandwielen en waarom ze nog steeds niet massaal doorbreken.
Hoe werkt het.
Het idee van een ellipsvormig tandwiel is gebaseerd op de gedachte dat je alleen kracht met je benen levert op het moment dat je benen een verticale beweging maken. De horizontale beweging levert geen positieve bijdrage aan de snelheid. Deze horizontale beweging moet dus zo kort mogelijk gehouden worden. Dit kun je bewerkstelligen door een ellipsvormig/eivormig voortandwiel te gebruiken. Hiermee heb je in principe twee versnellingen op één tandwiel. Een zware versnelling als de benen verticaal bewegen en een lichtere versnelling als de benen horizontaal bewegen. In een kleine tandwieloverbrenging gebeurt deze horizontale beweging sneller. Een dergelijk tandwiel is daarnaast beter voor knieën.
Of bovenstaande theorie helemaal klopt laat ik even in het midden. Er zijn echter ook andere manieren om het dode punt op te vangen. Een daarvan is om de renners te leren een mooie ronde beweging te maken. Volgens sommigen maskeert dit slechts het dode punt. De benen produceren niet overal even veel kracht en veel coaches en fysiologen beweren zelfs dat het optrekken van de pedaal met de benen een verspilling van energie is. De beste beweging, zoals fysiologen tegenwoordig geloven, krijg je als je het gewicht van de voet die omhoogkomt haalt, en zowel boven als beneden een kleine horizontale beweging maakt. En kracht leveren bij de neerwaartse beweging natuurlijk.
Wie maakt ze nog?
Momenteel zijn de twee bekendste fabrikanten van ellipsvormige tandwielen O.Symetric en Rotor. De eerste is afkomstig uit Frankrijk, Rotor is afkomstig uit Spanje.
Het tandwiel.
De vorm van het tandwiel wordt eigenlijk bepaald door twee factoren: de eerste is de plek waar de langste as van het ovale tandwiel geplaatst wordt. Deze moet dwars op de crank geplaatst worden (goed zichtbaar op de foto van Bradley Wiggins tijdens Milaan San Remo). De tweede belangrijke factor is het verschil tussen de zwaarste versnelling en de lichtste versnelling, oftewel de ovaalheid van het tandwiel. Hier kan, afhankelijk van de wensen en kracht van de renner, enige variatie in aangebracht worden. Een O.Symetric 54T versnelling komt overeen met een 58T op het grootste punt en een 50T op het kleinste punt. (dit vergt dus concentratie van de renner vanwege de versnellingen die er in elke trapbeweging aanwezig zijn) Een Rotor 53T ring komt overeen met een 56T op het zwaarste punt en een 51T op het lichtste punt.
Wie gebruikt ze?
Hedentendage worden deze tandwielen gebruikt door professionals. Niet veel, maar wel door renners die een hele goede prestatie ermee hebben neergezet. In 2008 werd de Tour de France gewonnen door Carlos Sastre, gebruikmakend van Q-Rings gemaakt door Rotor. In 2009 was het Bradley Wiggens die vierde werd in de Tour de France, gebruikmakend van O.Symetric Harmony tandwielen. Als we kijken naar de fiets van Bradley Wiggens in 2011 tijdens Milaan San Remo, dan zien we nog steeds de ovale tandwielen zitten.
Werkt het?
Verschillende onafhankelijke wetenschappelijke studies hebben aangetoond dat gebruik van ovaalvormige tandwielen weldegelijk een voordeel zijn. De onderzoeken tonen aan dat het geleverde vermogen stijgt terwijl de hoeveelheid opgebouwd melkzuur (verzuring) daalt. Toch lijkt het voordeel voor renners met een zware pedaaltred (met grotere verzetten fietsen) groter te zijn dan voor renners die meestal met een kleiner verzet fietsen.
Wordt het gebruikt?
In het professionele wielrennen zijn er slechts enkele renners die gebruik maken van deze technologie. Dat heeft voor een groot deel te maken met sponsoring maar ook dat het voor sommige renners geen betere prestaties opleverde.