NIEUWS

Wat is de ideale fietshouding?



De Ideale fietshouding is de beste houding waarbij het rendement tussen de luchtweerstand en krachtlevering maximaal is. Denk aan de praktijk. Ga je plat liggen om weinig wind te vangen, kun je minder kracht leveren. Dit werkt ook andersom. Daartussen ligt dus de oplossing.
In de post over de 3 basisprincipes om in vorm te komen met het wielrennen staat kort beschreven hoe je gaat zoeken naar de juiste fietshouding. In dit stuk gaan we in op verdere details om het optimale na te streven.
Racehouding
Deze houding nemen we aan als we onze (lucht)weerstand willen verlagen. We moeten dus aërodynamisch zijn. Twee dingen die dit bepalen zijn ons frontaal oppervlak en de zogenaamde cw. waarde (aërodynamische efficiëntie). Beide waarden moeten in theorie zo laag mogelijk zijn.
Waar de profs de windtunnel in gaan, bekijken wij het gewoon thuis in de spiegel. Ga op je fiets zitten en kijk je recht in de spiegel. Wat zie je? Je armen steken uit, je hoofd steekt boven je rug uit en romp en schouders vangen veel wind.
Een smaller stuur en/of je armen naar binnen houden, scheelt al behoorlijk. Kijk eens naar je oppervlak als je onder in de beugel pakt in plaats van bovenop je remgrepen. Zo vang je veel minder wind.
Omdat dit fysiek niet voor iedereen lang vol te houden is, wissel je beide houdingen af. En als je te ver voorover gaat, zul je merken dat de hoek tussen je bovenbenen en je romp zo klein wordt, dat je minder kracht hebt. Te diep betekent dus vermogensverlies!
Een tweede optie voor een racehouding moet je van de zijkant bekijken. Houd je handen gewoon bovenop de grepen, maar zak door je ellebogen tot de onderarm horizontaal is. Wanneer je nu een vooraanzicht maakt, zie je dat het oppervlak van je armen gehalveerd is!! Winst!!

Door met je ellebogen iets in te zakken komt je onderarm horizontaal. Hiermee verlaag je het frontaal oppervlak!
De rug zal nu redelijk vlak moeten liggen (lagere cw). En als je dan nog eens je hoofd tussen je schouders omlaag trekt, zodat die niet helemaal boven je romp uitsteekt, hebben we het frontale oppervlak geminimaliseerd.

Door het frontaal oppervlak te minimaliseren vang je minder wind.
Factoren die bepalend zijn voor onze fietshouding, de 3 belangrijkste zijn:
1. De zithoek (hoever achter de bracket)
2. Zitlengte (stuur-zadel)
3. Zithoogte (zadel – bracket)

De geometrie van een fietsframe is belangrijk voor een goede fietshouding.
 Kijken we gedetailleerd, kunnen we ook naar de volgende maten kijken:
4. Cranklengte
5. Stuurbreedte
Zithoek
Deze bepalen we door te kijken hoe ver je achter de bracket zit. Trek je een denkbeeldige loodlijn vanuit het center van de bracket omhoog, dan zie je dat het zadelpunt daar achter zit.
Vaak is deze hoek van je zitbuis rond de 73 graden (wegfietsen) en varieer je vooral door een zadelpen te kiezen die of recht is of tot max. 25mm naar achter gaat (setback). Verder kun je de afstelling regelen door de zadelbrug zo te verschuiven, dat je op je voorkeursstand uit komt.
Uitgangspunt
Kijk eerste naar je huidige fietshouding. Bepaal eerst de afstand die je achter het bracket zit. Dit hangt af van je beenlengte en persoonlijke voorkeurspositie. Hoe langer de (boven)benen, hoe langer deze afstand. Met de voorkeur wordt bedoeld of je meer op kracht of op souplesse rijdt.
Trap je graag lichter, zit je iets verder naar voren. Op kracht zit je verder naar achter.
Bij de hoogte bepaling zorg je dat je been in onderste positie NOOIT in de strekking komt! Daarna bepaal je hoever je met je lichaam/handen naar voren moet/kunt.
Zitlengte
Deze maat wordt bepaald door de bovenbuis en de stuurpen. Zorg dat deze zorgvuldig opgemeten wordt, want een te groot (en lang) frame zorgt er voor dat je een te korte stuurpen moet monteren.Dit gaat ten koste van het stuurgedrag. De meeste mensen ervaren een penlengte van tussen de 9 en 13 cm als het meest prettig.
Zithoogte
De zitbuis en de zadelpen (incl. zadel) bepalen hoe hoog je zit. Een detail hierbij is dat je cranklengte hierbij ook bekeken moet worden. Je beenlengte in net niet gestrekte positie is de bepalende factor. In deze positie is je pedaal helemaal beneden en heeft je cranklengte dus wel degelijk invloed.
Dit wordt vaak als een vast gegeven genomen, maar cranks zijn er wel degelijk in diverse maten. Afhankelijk van je (boven)been lengte en voorkeur voor kracht of souplesse, kies je deze lengte.
Hoe langer je been, hoe langer je cranks. En hoe lager je favoriete trapfrequentie, hoe langer je crank. Wanneer je sneller rond wilt trappen, is het makkelijker om een kleinere omtrekcirkel te trappen.
Stuurbreedte
Voor het comfort kiezen veel renners een breed stuur. Voor wie snelheid belangrijker wordt, kan een smallere variant gekozen worden. Gemiddeld is een stuur 42cm, een bredere 44cm. Tegenwoordig zie je soms een 40cm, om zoals eerder beschreven, je fietshouding meer aerodynamisch te maken.
Advies
Het lijkt simpel, Maar deskundig advies en eventuele metingen om tot een ideale fietshouding te komen, kunnen je grote voordelen opleveren en ook de nodige blessures voorkomen.